Welke invloed heeft de temperatuurcoëfficiënt op het rendement van een zonnepaneel?

Welke invloed heeft de temperatuurcoëfficiënt op het rendement van een zonnepaneel? Op de datasheet van elk zonnepaneel staat de temperatuurcoëfficiënt vermeld. Maar wat betekent deze waarde precies? En wat zegt het over het rendement?
Rendementsverlies bij zonnepanelen
Het rendement van zonnepanelen is niet constant. Het hangt af van de hoeveelheid zonlicht én van de temperatuur van de zonnecellen. Fabrikanten bepalen het rendement onder ‘standaard testcondities’ (STC): 1000 Watt per m² instraling en 25 graden Celsius. Zodra de temperatuur van de cellen boven de 25 graden komt, daalt het rendement. De omgevingstemperatuur is hierbij minder relevant; het gaat om de celtemperatuur. Die kan op zonnige dagen oplopen tot 60–70 graden, vooral bij weinig wind of op donkere daken.
Het rendementsverlies ontstaat doordat de elektrische geleidbaarheid van de cel toeneemt bij hogere temperaturen. Hierdoor wordt het moeilijker om ladingen te scheiden, wat leidt tot spanningsverlies en dus minder opbrengst.
Wat is de temperatuurcoëfficiënt?
De temperatuurcoëfficiënt geeft aan hoe gevoelig een zonnepaneel is voor temperatuurverhoging van de cellen. Deze waarde staat op de datasheet en wordt uitgedrukt in:
- TC of Voc
- TC of Isc
- TC of Pmp
De bijbehorende eenheden verschillen: vaak zie je %/°C, %/K of mA/°C. De meest gebruikte waarde is het procentuele Wp-verlies per graad boven de 25 °C: Pmax (%/°C). Bij huidige panelen ligt die waarde meestal tussen de -0,2 en -0,4 % per graad.
De temperatuurcoëfficiënt speelt ook een rol bij de berekening van de maximale stringlengte. Bij lage temperaturen stijgt de spanning, wat invloed heeft op het ontwerp van je systeem. Meer daarover lees je in onze FAQ.