Moet een zonne-energiesysteem vereffend worden?

Het montagesysteem van zonnepanelen is een metalen constructie. Daarom moet je het altijd vereffenen. De zonnepanelen zelf zijn dubbel geïsoleerd, waardoor ze geen extra vereffening nodig hebben.
De NEN 1010 verplicht het vereffenen (aarden) van een PV-installatie. Als installateur moet je dus zorgen dat het montagesysteem correct is geaard.
Video: zonnepanelen vereffenen
Wil je precies weten waaraan een PV-installatie moet voldoen? Volgens de NEN 1010 gelden duidelijke voorschriften. In deze video van ISSO leer je hoe je de normen in de praktijk toepast, met heldere voorbeelden uit het ISSO-handboek ‘Zonne-energie’. Kijk vooral het deel tussen 6:00 en 7:00 minuten.
We onderscheiden vier vereffening-variaties:
- Functionele aarding: aarding van de positieve of negatieve geleider bij dunne-film panelen of back contact panelen om spanningscorrosie te voorkomen.
- Veiligheidsaarding: aarding om elektrische veiligheid te waarborgen.
- Overspanningsbeveiliging: aarding ter bescherming van systeemcomponenten tegen overspanning door blikseminslag.
- Bliksembeveiliging: aarding van de constructie bij gebruik van een externe bliksemafleider-installatie.
Wanneer moet je zonnepanelen vereffenen?
Je moet zonnepanelen vereffenen in de volgende situaties:
- De panelen liggen dichter dan 60 cm bij een bliksemafleider-installatie.
- Je gebruikt een trafoloze omvormer.
- De installatie bevat grote metalen constructies met zonnepanelen.
- Er kunnen gevaarlijke situaties ontstaan door schrikreacties.
Technische eisen
De aardingskabel moet minimaal dezelfde diameter hebben als de grootste kabel in het AC- of DC-systeem. Raadpleeg altijd het ISSO-handboek of de NEN 1010 voor gedetailleerde richtlijnen.
Een correcte vereffening verhoogt de veiligheid, voorkomt schade en verlengt de levensduur van de installatie. Volg daarom altijd de geldende normen en richtlijnen voor een betrouwbare en veilige PV-installatie.